[an error occurred while processing this directive]
Hendrik Venema schopt graag tegen heilige huisjes aan ("Stadsverwarming heeft geen zin meer", UN 17 juli) en dat moet gewaardeerd worden. Te vaak worden
technieken als milieuvriendelijk of goedkoop geafficheerd die dat niet, of niet altijd, zijn. Hoewel hij in zijn artikel vooral ingaat op de energie-efficiency van
stadsverwarming, vallen ook de kosten voor de kleinverbruiker nogal tegen. Zo voerde de SP twintig jaar geleden al actie tegen de hoge stookkosten in wijken als
Overvecht onder het motto: "Stadsverwarming=stadsverarming". En vorig jaar nog wees een bewonerscomité in Nieuwegein, naar aanleiding van de
tariefsverhogingen 1997, er nog op dat deze bewoners 30% meer stookkosten kwijt zijn dan bij een eigen cv-keteltje. De concurrentiepositie van de stads-
verwarming in woonwijken is de afgelopen vijfentwintig jaar achteruit gehold door de verbeterde woningisolatie en rendementsverhoging van cv-installaties. Toch
zijn er ook enkele zwakke plekken in zijn argumentatie. Daardoor komt zijn stelling dat stadsverwarming onder geen enkele omstandigheid meer interessant is op
losse schroeven te staan.
Allereerst is dat de afstand tot de centrale waar de warmte vandaan komt. Hoe verder weg, des te meer leiding nodig is, dus meer kosten en meer
warmteverliezen. Niet voor niets waren de tarieven in Nieuwegein vroeger veel hoger dan in Utrecht. De wijk Leidsche Rijn wordt echter direct naast de
elektriciteitscentrales Lage Weide en Merwedekanaal gebouwd, ligt dus relatief zeer gunstig.
Een tweede belangrijk punt is de bebouwingsdichtheid: hoe meer huizen, winkels en bedrijven per hectare, des te goedkoper wordt stadsverwarming. Feitelijk
zouden de vooroorlogse wijken als Zuilen, Lombok of Pijlsweerd de meeste baat hebben bij het gebruik van restwarmte, ook omdat bestaande gebouwen relatief
lastig te isoleren zijn. Maar het zijn juist de naoorlogse wijken met een veel lagere bebouwingsdichtheid hebben waar stadsverwarming werd aangelegd. En
Leidsche Rijn, waar de projectontwikkelaars de ruime eengezinswoning heilig verklaard hebben, zal qua bebouwingsdichtheid nog een stuk lager uitkomen!
Tenslotte pleit Venema voor kleinschalige warmtekrachtkoppeling als alternatief voor stadsverwarming. Feitelijk is stadsverwarming niets anders dan
warmtekrachtkoppeling, namelijk in één keer stroom en warmte produceren, maar dan in het groot. Twee jaar terug hebben REMU en GCN de betrokken gemeenten
en de provincie Utrecht al met rapporten bestookt over dit onderwerp, toen besloten moest worden welke verwarmingsbron gebruikt zou worden voor de nieuwe
wijken Leidsche Rijn en Houten-Zuid. GCN levert alleen gas en kon absoluut "bewijzen" dat kleinschalige warmtekrachtkoppeling op basis van gasmotoren het
zuinigst was. De REMU, die ook stroom levert en al een grootschalig stadsverwarmingsnet exploiteert, wist zeker dat stadsverwarming het goedkoopst uitpakt.
Het compromis: dichtbij de grote elektriciteitscentrales stadsverwarming van REMU, verderop aan de Vleutense kant de gasmotoren van GCN.
Warmtekrachtkoppeling, groot- of kleinschalig, kan economisch zeer rendabel zijn als de warmte in de direct omgeving geconcentreerd kan worden afgezet. Op dit
moment wordt door de elektriciteitscentrales bij Lage Weide een paar honderd megawatt restwarmte in het Amsterdam-Rijnkanaal geloosd. Doodzonde van het
energieverlies en slecht voor het milieu. Moeten we deze centrales dan maar sluiten en vervangen door de gasmotoren van Venema? Dat is ook niet verstandig: uit
het oogpunt van stabiliteit van de elektriciteitsvoorziening moet een flink deel van het opgestelde vermogen bestaan uit grote centrales. De grote stroomstoring
van 1997 was mede het gevolg van regelproblemen ontstaan door de snelle groei van het decentraal vermogen in de afgelopen tien jaar.
Ik vind het daarom prima als de restwarmte van de elektriciteitscentrales Lage Weide en Merwedekanaal nuttig gebruikt wordt. Maar dan vooral door bedrijven op
Lage Weide te vestigen die veel warmte nodig hebben, bijvoorbeeld de glastuinbouw uit Vleuten (de grootste warmtegebruiker in de regio) naar Lage Weide te
verplaatsen. Misschien kan dat wel door een nieuw soort kas te ontwikkelen die op het dak van een bedrijfshal past.
Huishoudens zijn echter makkelijker te sturen dan bedrijven. Daarom zullen straks in Leidsche Rijn 40 supergoed geïsoleerde woningen per hectare via heel veel
flinterdunne pijpjes een heel klein beetje restwarmte ontvangen, terwijl de kassen uit Vleuten verplaatst worden naar Harmelen, en in hun energiebehoefte zullen
voorzien met .... gasmotoren!
Bezoek onze vernieuwde shop. Mooie kleding, leuke gadgets,
interessante boeken en rapporten...